Vervloeking

Vervloeking

In naam van Allah, Barmhartige en Genadevolle

Zonder enige uitleg laat ik jullie over aan de enige Waarheid Koran, de bron van Betrouwbaarheid, woorden van Almachtige God,
Heer  der Werelden.

De vervloeking van Allah tegen de Israelieten

87. Voorwaar, Wij gaven Mozes het Boek en deden boodschappers de een na de ander zijn voetsporen volgen. En Wij gaven aan Jezus, zoon van Maria, duidelijke tekenen en versterkten hem met de geest der heiligheid. Telkens als een boodschapper tot u kwam, met hetgeen uw ziel niet behaagde, hebt gij u laatdunkend gedragen, sommigen hunner hebt gij verloochend en anderen gedood ( al baqarah 2/87 )
—-
88. En zij( Joden ) zeiden: “Ons hart is verhuld.” Neen, Allah heeft hen vanwege hun ongeloof vervloekt. Weinig is derhalve hetgeen zij geloven.( al baqarah 2/88)
—-
47. O, mensen van het Boek ( Joden en Christenen ), gelooft in hetgeen Wij hebben nedergezonden, vervullende hetgeen bij u is voordat Wij uw leiders vernietigen en neerwerpen of hen vervloeken, zoals Wij het volk van de Sabbath* vervloekten. Allah’s gebod zal volbracht worden.
48. Waarlijk, Allah vergeeft niet dat men iets met Hem vereenzelvigt, maar Hij zal al hetgeen daarbuiten staat vergeven, wie Hij wil. En wie iets met Allah vereenzelvigt, heeft inderdaad een zeer grote zonde begaan.’( an nisaa 4/47-48)
—-
155. Om hun schending van hun verbond en de verwerping van Allah’s tekenen en het ten onrechte doden van de profeten en omdat ze zeggen: “Onze harten zijn gesluierd” – neen, Allah heeft deze wegens hun ongeloof verzegeld, derhalve geloven zij slechts weinig;
156. Om hun ongeloof en het uiten van een kwaadaardige laster tegen Maria;
157. En om hun zeggen: “Wij hebben de Messias, Jezus, zoon van Maria, de boodschapper van Allah gedood”, – maar zij doodden hem niet, noch kruisigden zij hem (ten dode), – doch het werd hun verward, en zij, die hierover van mening verschilden zijn zeker in twijfel, zij hebben er geen kennis van doch volgen slechts een vermoeden en zij doodden hem gewis niet,
158. Integendeel, Allah verhief hem tot Zich en Allah is Almachtig, Alwijs.’( an nisaa 4/155/158)

13. En wegens hun breken van het verbond hebben Wij hen vervloekt en hun hart verhard. Zij rukken de woorden uit hun verband en hebben een deel van hetgeen hun was vermaand, vergeten. En gij zult hen altijd oneerlijk bevinden op enkelen na, derhalve vergeef hen en wend u van hen af. Voorzeker, Allah heeft degenen, die goed doen, lief.’( al maidah 5/13)

64. En de Joden zeggen: “De hand van Allah is gebonden.” Hun handen zijn gebonden en zij zijn vervloekt voor hetgeen zij zeggen. Neen, Zijn handen zijn wijd open, Hij geeft, zoals Hij wil. En hetgeen u van uw Heer is nedergezonden zal velen hunner in opstandigheid en ongeloof doen toenemen. En Wij hebben vijandschap en haat onder hen gezaaid tot aan de Dag der Opstanding. Telkens wanneer zij het oorlogsvuur ontsteken, dooft Allah het en zij pogen wanorde te scheppen op aarde en Allah heeft de onruststokers niet lief.( al maidah 5/64)
—–
78. Degenen onder de kinderen Israëls, die niet geloofden, werden door de mond van David en door Jezus de zoon van Maria, vervloekt. Dit geschiedde, omdat zij niet gehoorzaamden en plachten te overtreden.’( al maidah 5/78)

Het opzettelijk doden van de profeten

61. En toen gij zeiden: “O Mozes, wij verdragen niet langer één soort voedsel, bid daarom voor ons tot uw Heer, dat Hij van hetgeen op aarde groeit – groenten en komkommers en tarwe en linzen en uien – voor ons voort brengen,” zei Hij: “Zou gij hetgeen minderwaardig is in ruil willen nemen voor hetgeen beter is? Gaat naar een stad, daar zult gij vinden, waarom gij vraagt.” En zij kwamen in vernedering en armoede en brachten Allah’s toorn over zich; dit kwam, omdat zij de tekenen van Allah verwierpen en de profeten onrechtvaardig doodden, want zij waren ongehoorzaam en telkens weer in overtreding.( al baqarah 2/61)
—-
87. Voorwaar, Wij gaven Mozes het Boek en deden boodschappers de een na de ander zijn voetsporen volgen. En Wij gaven aan Jezus, zoon van Maria, duidelijke tekenen en versterkten hem met de geest der heiligheid. Telkens als een boodschapper tot u kwam, met hetgeen uw ziel niet behaagde, hebt gij u laatdunkend gedragen, sommigen hunner hebt gij verloochend en anderen gedood.’( al baqarah 2/87)

91. En wanneer er tot hen wordt gezegd: “Gelooft in hetgeen Allah heeft geopenbaard,” zeggen zij: “Wij geloven slechts in hetgeen ons is geopenbaard,” maar zij verwerpen hetgeen daarna is geopenbaard, hoewel het de Waarheid is, vervullende wat zij reeds bezaten. Zeg hun “Waarom hebt gij dan de vroegere profeten van Allah gedood, als gij inderdaad gelovigen waart?( al baqarah 2/91)

112. Waar zij zich ook bevinden, worden zij door vernedering getroffen, tenzij zij een verbond met Allah of een verbond met andere volkeren hebben. Zij keerden terug met Allah’s toorn en werden door armoede getroffen. Dat kwam, doordat zij de tekenen van Allah verwierpen en de profeten onrechtvaardig doodden. Dat kwam, doordat zij ongehoorzaam waren en (zijn gebod) overtraden.( al imraan 3/112)

181. En voorzeker, Allah heeft de uiting gehoord van degenen, die zeiden: “Allah is arm en wij zijn rijk.” Wij zullen hetgeen zij hebben gezegd en hun pogingen om de profeten onrechtvaardig te doden, optekenen en Wij zullen zeggen: “Ondergaat de straf van het branden.”
182. Dit is hetgeen gij hebt verdiend: Allah is in het geheel niet onrechtvaardig jegens zijn dienaren.183. En degenen, die zeggen: “Allah heeft ons opgedragen in geen boodschapper te geloven, voordat deze ons een offer brengt dat door het vuur wordt verteerd”, zeg hun: “Er zijn reeds vََr mij boodschappers tot u gekomen met duidelijke tekenen en met hetgeen, waarover gij spreekt. Waarom trachttet gij hen dan te doden, als gij eerlijk zijt?” ( al imraan 3/181-183)

Opstandig gedragen en de straf

58. En toen Wij zeiden: “Gaat in deze stad en eet er overvloedig, waar gij ook wilt; treedt de poort onderdanig binnen en vraagt om vergiffenis. Wij zullen u uw fouten vergeven en Wij zullen meer geven aan degenen, die goed doen.”
59. Maar de onrechtvaardigen vervingen het woord door een ander, dat niet tegen hen gesproken was. Daarom zonden Wij over de onrechtvaardigen een grote straf vanuit de hemel, omdat zij plachten te overtreden.
60. En toen Mozes om water voor zijn volk bad zeiden Wij: “Sla op de rots met uw staf” en er ontsprongen twaalf bronnen aan, waardoor elke stam zijn drinkplaats kende. Eet en drinkt van wat Allah heeft voortgebracht en wandelt niet op aarde, onheil stichtende. ( al baqarah 2/58-60)
63. En toen Wij een verbond met u aangingen en de berg hoog boven u verhieven, zeiden Wij: “Houdt vast, wat Wij u hebben gegeven en bedenkt wat het bevat, zodat gij behoed zult worden.”
64. Maar gij wendden u af en, had Allah u Zijn genade en barmhartigheid niet betoond, dan zou gij zeker zijn ondergegaan.
65. Gij hebt degenen onder u gekend, die inzake de Sabbath overtraden. Alzo zeiden Wij tot hen: “Wees verachte apen.”
66. Zo maakten Wij hen tot een voorbeeld voor hen die in die tijd leefden en voor degenen, die na hen kwamen en tot een les voor de god vrezenden. ( al baqarah 2/63-66))
—-
83. En toen Wij een verbond sloten met de kinderen Israëls, zeiden Wij, dat gij niemand zult aanbidden, dan Allah alleen en dat gij goed zult zijn voor uw ouders, uw verwanten, de wezen en de armen; spreekt goed tegen de mensen en houdt het gebed en geeft de Zakaat. Doch gij wendden u af, – behalve weinigen onder u, en gij zijt afkerig.
84. En toen Wij een verbond met u sloten: “Gij zult uw bloed niet vergieten noch uw volk uit hun huizen verdrijven”, toen hebt Gij dit bekrachtigd en gij waart er getuige van.

85. Toch zijt gij het volk, dat uw eigen broeders doodt en een gedeelte van uw volk uit hun huizen verdrijft, elkaar tegen hen helpende in zonde en overtreding. En, indien zij als gevangenen tot u terugkomen, koopt gij hen vrij, terwijl juist hun verdrijving voor u verboden was. Gelooft gij dan slechts in een gedeelte van het Boek en verwerpt gij een ander gedeelte? Er is geen beloning voor degenen uwer, die zulks doen, behalve schande in dit leven; en op de Dag van Opstanding zullen zij de strengste kastijding moeten ondergaan, want Allah is niet onachtzaam betreffende hetgeen gij doet.
86. Dezen zijn het, die het Hiernamaals voor het tegenwoordig leven hebben verkocht. Derhalve zal hun straf niet worden verzacht, noch zullen zij worden geholpen.( al baqarah 2/83-86)

92. En Mozes kwam voorzeker tot u met duidelijke tekenen, maar gij hebt in zijn afwezigheid het (gouden) kalf genomen (om het te aanbidden) en gij waart onrechtvaardig.
93. En toen Wij een verbond met U sloten en de berg (Sinaï) hoog boven u verhieven, zeggende: “Houdt stevig vast, hetgeen Wij u gegeven hebben en luistert,” zeiden zij: “Wij horen, maar wij gehoorzamen niet”; hun hart was vervuld van het kalf, wegens hun ongeloof. Zeg: “Slecht is hetgeen uw geloof u oplegt, zo gij al enig geloof bezit”.( al baqarah 2/92-93)

101. En nu er een boodschapper ( Muhammed ) van Allah tot hen is gekomen, vervullend wat zij reeds bezaten, heeft een gedeelte der mensen van het Boek, Allah’s Boek achter zich geworpen, alsof zij het niet kenden.( al baqarah 2/101)
211. Vraag de kinderen Israëls, hoeveel duidelijke tekenen Wij hun hebben gegeven. Maar hij die de gunst van Allah verandert, nadat zij tot hem is gekomen, weten dat Allah streng is in het straffen.’( al baqarah 2/211)’

118. En Wij verboden voordien de Joden al hetgeen Wij u hebben vermeld. En Wij deden hun geen onrecht aan doch zij handelden onrechtvaardig jegens zichzelf.( an nahl 16/118)

4. En Wij maakten aan de kinderen van Israël in het Boek bekend: “Voorwaar, tweemaal zult gij op de aarde verderf teweeg brengen en voorzeker zult gij uitermate aanmatigend worden.”
5. Toen dan ook de tijd voor de eerste van de twee bedreigingen kwam, zonden Wij Onze dienaren, toegerust met grote macht tegen u uit, die de huizen binnendrongen; dit was een belofte die in vervulling ging.
6. Nadien gaven Wij u macht over hen en Wij hielpen u met rijkdommen en kinderen, en maakten u groter in getal.
7. (Zeggende) “Indien gij goed doet, doet gij goed voor uzelf; en indien gij kwaad doet, is het tegen uzelf. En toen de tijd was gekomen voor de tweede (bedreiging), zonden Wij (andere volkeren) om u met schande te treffen zodat zij de Moskee zouden binnendringen zoals zij er de eerste keer binnen gingen om alles wat zij veroverd hadden te verwoesten.
8. “Het kan zijn dat uw Heer u barmhartigheid zal tonen; doch indien gij terugkeert, zullen Wij ook terugkeren en Wij hebben de hel tot een kerker voor de ongelovigen gemaakt.” “( al israa 17/4-7)

83. “En wat heeft u van uw volk haastig doen weggaan, o Mozes?”
84. Hij zeide: “Zij volgen in mijn spoor, en ik heb mij tot U gehaast, Mijn Heer, opdat Gij welbehagen in mij mocht hebben.”
85. (Allah) zei: “Wij hebben uw volk in uw afwezigheid beproefd en Saamiri heeft hen misleid.”
86. Mozes keerde daarop verontwaardigd en bedroefd tot zijn volk terug. Hij zei: “O mijn volk, heeft uw Heer u dan geen schone belofte gedaan? Kwam de vastgestelde tijd u dan te lang voor, of verlangden gij dat de toorn van uw Heer op u zou nederdalen dat gij uw belofte aan mij hebt gebroken?”
87. Zij antwoordden: “Wij hebben niet uit eigen beweging onze belofte aan u gebroken, doch wij waren belast met een lading sieraden van het volk, derhalve wierpen wij deze weg, en dat heeft Saamiri voorgesteld.”
88. Dan maakte deze voor het volk een kalf – een beeld, dat een loeiend geluid voortbracht. En men zei: “Dit is uw God en de God van Mozes,” doch hij is hem vergeten.
89. Konden zij dan niet zien dat het (kalf) hun geen antwoord gaf en geen macht had om hun kwaad of goed te doen?
90. En inderdaad had Aaron reeds tot hen gezegd: “O mijn volk, voorzeker gij zijt daarmee op de proef gesteld. Voorwaar uw Heer is de Barmhartige; volgt mij derhalve en gehoorzaamt mijn bevel.”
91. Zij antwoordden: “Wij zullen in geen geval ophouden het (kalf) te aanbidden voordat Mozes tot ons is teruggekeerd.”
92. Hij (Mozes) zeide: “O Aaron, wat belette u, toen gij hen zaagt dwalen,”
93. Mij te volgen? Hebt gij dan mijn gebod veronachtzaamd?”
94. Hij antwoordde: “O zoon van mijn moeder, grijp mij niet bij mijn baard noch bij mijn hoofd.” Ik was beducht dat gij zoudt zeggen: ‘Gij hebt een scheuring teweeg gebracht onder de kinderen van Israël en hebt niet op mijn woord gewacht.'”
95. Hij (Mozes) zei: “En wat hebt gij te zeggen, o Saamiri?”
96. Hij zei: “Ik zag wat zij niet konden zien. Ik volgde de voetstappen van de boodschapper naar mijn beste vermogen, doch dat heb ik thans opgegeven. Aldus heeft. mijn ziel het voor mij vergemakkelijkt.”
97. Mozes zei: “Ga dan heen, gedurende heel uw leven zult gij zeggen: ‘Raak mij niet aan,’ en bovendien is er voor u een straf (bereid) waaraan gij niet zult ontkomen. Aanschouw thans uw god waarvan gij een toegewijd aanbidder zijt geworden. Wij zullen hem verbranden en daarna in zee strooien.”( taahaa 20/83-97)

42. Indien zij u (Mohammed) verloochenen, voor hen heeft het volk van Noach en Aad en Samoed ook verloochend;
43. En het volk van Abraham en het volk van Lot;
44. En de inwoners van Midian eveneens. En Mozes werd ook verloochend. Maar Ik schonk de ongelovigen uitstel, daarna greep Ik hen, en hoe (groot) was toen Mijn afkeer!( al hadj 22/42-44)

112. Waar zij zich ook bevinden, worden zij door vernedering getroffen, tenzij zij een verbond met Allah of een verbond met andere volkeren hebben. Zij keerden terug met Allah’s toorn en werden door armoede getroffen. Dat kwam, doordat zij de tekenen van Allah verwierpen en de profeten onrechtvaardig doodden. Dat kwam, doordat zij ongehoorzaam waren en (zijn gebod) overtraden.( al imraan 3/112)

151. Dezen zijn inderdaad de ongelovigen en Wij hebben voor de ongelovigen een vernederende straf bereid.
152. En degenen, die in Allah en al Zijn boodschappers geloven en geen onderscheid tussen wie dan ook, maken, dezen zijn het, wie Hij spoedig hun beloning zal geven; Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
153. De mensen van het Boek vragen u ( Muhammed ) een Boek uit de hemel op hen te doen nederdalen. Zij vroegen Mozes meer dan dit, zij zeiden: “Toon ons Allah openlijk.” Toen trof hen de bliksem wegens hun overtreding. Daarna, hoewel duidelijke tekenen tot hen gekomen waren, namen zij toch het (gouden) kalf (ter aanbidding) aan, doch Wij vergaven hun dat. En Wij bekleedden Mozes met duidelijk gezag.
154. Wij verhieven de berg hoog boven hen tijdens het verbond met hen en Wij zeiden: “Gaat de poort ootmoedig binnen” en: “Overtreedt niet inzake de Sabbath”. En Wij sloten met hen een vast verbond.
155. Om hun schending van hun verbond en de verwerping van Allah’s tekenen en het ten onrechte doden van de profeten en omdat ze zeggen: “Onze harten zijn gesluierd” – neen, Allah heeft deze wegens hun ongeloof verzegeld, derhalve geloven zij slechts weinig;
156. Om hun ongeloof en het uiten van een kwaadaardige laster tegen Maria;
157. En om hun zeggen: “Wij hebben de Messias, Jezus, zoon van Maria, de boodschapper van Allah gedood”, – maar zij doodden hem niet, noch kruisigden zij hem (ten dode), – doch het werd hun verward, en zij, die hierover van mening verschilden zijn zeker in twijfel, zij hebben er geen kennis van doch volgen slechts een vermoeden en zij doodden hem gewis niet,
158. Integendeel, Allah verhief hem tot Zich en Allah is Almachtig, Alwijs.
159. Er is niemand onder de mensen van het Boek die er niet in zal geloven voor zijn dood. En op de Dag der Opstanding zal hij (Jezus) getuige tegen hen zijn, –
160. En wegens de onrechtvaardigheid van de Joden en hun weerhouden van Allah’s weg, verboden Wij hen de reine dingen die ben (voordien) waren toegestaan.
161. En om het nemen van rente, ofschoon het hun was verboden en het onrechtvaardig opslokken van ‘s mensen rijkdommen, hebben Wij voor degenen onder hen die niet geloven een pijnlijke straf bereid.
162. Maar degenen hunner, die een grondige kennis bezitten en de gelovigen, geloven in hetgeen u is geopenbaard en hetgeen voor u werd nedergezonden; en degenen, die het gebed houden en degenen, die de Zakaat betalen en degenen, die in Allah en de laatste Dag geloven, dezen zullen Wij zeker een grote beloning geven.
163. Waarlijk, Wij hebben u de openbaring gezonden, zoals Wij Noach en de profeten na hem openbaring zonden en Wij gaven een openbaring aan Abraham en Ismaël en Izaak en Jacob en de stammen; en aan Jezus, Job, Jonas, Aaron en Salomo en Wij gaven David een psalmen.( an nisaa 4/153-163)

12. Waarlijk Allah sloot een verbond met de kinderen Israëls en Wij verwekten twaalf leiders uit hun midden. En Allah zei: “Voorzeker, Ik ben met u. Indien gij het gebed houdt en de Zakaat betaalt en in Mijn boodschappers gelooft en hen bijstaat en aan Allah’s (dienst) een goede lening verstrekt, zal Ik uw zonden van u verwijderen en u in tuinen toelaten, waar doorheen rivieren stromen. Maar wie onder u daarna dit verwerpt, is inderdaad van het rechte pad afgedwaald.”
13. En wegens hun breken van het verbond hebben Wij hen vervloekt en hun hart verhard. Zij rukken de woorden uit hun verband en hebben een deel van hetgeen hun was vermaand, vergeten. En gij zult hen altijd oneerlijk bevinden op enkelen na, derhalve vergeef hen en wend u van hen af. Voorzeker, Allah heeft degenen, die goeddoen, lief.( al maidah 5/12-13)

22. Zij zeiden: “O, Mozes, daarin is een trots en machtig volk en wij zullen er niet binnengaan voordat zij er uit weggaan. En indien zij er uit weggaan, zullen wij het binnentrekken.”
23. Daarop zeiden twee mannen van degenen die hun Heer vreesden en wie Allah Zijn gunst had bewezen: “Gaat de poort (van de stad) binnen, hen tegemoet – wanneer gij er eenmaal binnen zijt, dan zult gij zeker overwinnaar worden. En stelt uw vertrouwen in Allah, als gij gelovigen zijt.”
24. Zij zeiden: “O, Mozes, wij zullen er stellig niet binnengaan zolang zij er in zijn. Gaat gij en uw Heer en strijdt – wij blijven hier zitten.”
25. Hij zei: “Mijn Heer, ik heb macht over niemand dan over mijzelf en mijn broeder, maak daarom een onderscheid tussen ons en het opstandige volk.”
26. Allah zei: “Voorzeker, dat (land) is voor hen voor veertig jaren verboden; dwalende zullen zij door het land trekken. Bekommer u daarom niet over het ongehoorzame volk.” ( al maidah 5/22-26)

32. Daarom schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken. En voorzeker Onze boodschappers kwamen met duidelijke tekenen tot hen en toch – werden daarna -velen hunner op aarde tot overtreders.( al maidah 5/32)
50. Wensen zij het oordeel van onwetendheid? En wie is een betere rechter dan Allah voor een volk dat zekerheid van geloof bezit? ( al maidah 5/50)

70. Wij hebben waarlijk een verbond met de kinderen Israëls gesloten en Wij zonden boodschappers tot hen. Maar telkens, wanneer een boodschapper tot hen kwam met hetgeen hun hart niet wenste, behandelden zij sommigen als leugenaars en trachtten zij sommigen te doden.
71. En zij dachten, dat er geen beproeving zou zijn, derhalve werden zij blind en doof. Doch Allah wendde Zich in barmhartigheid tot hen; toch werden velen weer blind en doof en Allah is waakzaam over hetgeen zij doen.( al maidah 5/70-71)

152. Voorzeker, degenen die het kalf aanbaden zal de toorn van hun Heer en de vernedering in het tegenwoordig leven treffen En zo bejegenen Wij degenen, die een leugen verzinnen.
153. Doch diegenen die kwaad doen en daarna berouw tonen en geloven, voorzeker uw Heer is dan Vergevensgezind, Genadevol.
154. Toen Mozes’ toorn was gekalmeerd, nam hij de tafelen en er was leiding en barmhartigheid in het geschrift voor degenen, die hun Heer vrezen.
155. En Mozes koos voor Onze ontmoeting zeventig mannen van zijn volk. Maar toen de aardbeving hen achterhaalde, zeide hj: “Mijn Heer, als het U had behaagd, konden, Gij hen en mij voordien reeds hebben vernietigd. Wilt Gij ons verdelgen voor hetgeen de domme onder ons hebben gedaan? Dit is niets dan een beproeving van U. Gij laat daardoor dwalen wie Gij wilt en Gij leidt wie Gij wilt. Gij zijt onze Beschermer , vergeef ons daarom en toon ons barmhartigheid en Gij zijt de Beste Vergevensgezinde.”( al araaf 7/152-155)

163. En vraag hun omtrent de stad, die aan de zee lag. Toen zij de Sabbath* ontheiligden verscheen vis op hun Sabbath aan de oppervlakte van het water, maar de dag waarop zij geen Sabbath hielden kwam zij niet tot hen. Zo beproefden Wij hen omdat zij overtreders waren.
164. Toen een gedeelte hunner zei: “Waarom predikt gij tot een volk dat Allah wil vernietigen of met een strenge kastijding gaat straffen?” Het andere deel antwoordde: “Als een verontschuldiging tegenover uw Heer en opdat zij rechtvaardig mogen worden.”
165. En toen zij de vermaning vergaten redden Wij degenen die het kwade verboden en grepen de onrechtvaardigen met een strenge straf aan, omdat zij verkeerd handelden.
166. En toen zij overtraden, hetgeen hun was verboden, zeiden Wij tot hen: “Weest verachte apen.”
167. En toen verkondigde uw Heer dat Hij de zulken zou zenden, die hen (de Joden) met een marteling zouden kwellen tot de dag der Opstanding. Voorzeker, uw Heer is vlug in vergelding en Hij is Vergevensgezind, Genadevol.
168. En Wij verdeelden hen in groepen over de aarde. Er zijn onder hen rechtvaardigen en er zijn onrechtvaardigen. Wij beproefden hen door voor- en tegenspoed, opdat zij zich mochten bekeren.
169. Na hen kwam er een boos geslacht dat het Boek erfde. Zij namen de goederen van deze wereld en zeiden: “Het zal ons worden vergeven.” Maar als meer dergelijke goederen tot hen kwamen zouden zij deze ook hebben genomen. Werd de belofte in het Boek, dat zij van Allah slechts de waarheid zouden spreken, niet van hen afgenomen? En hebben zij hetgeen er in staat, niet gelezen? En het tehuis van het Hiernamaals is beter voor degenen, die (God) vrezen. Begrijpt gij dat niet?
170. En die zich aan het Boek vasthouden en in het gebed volhardend zijn – voorzeker Wij doen de beloning der goeden niet verloren gaan.
171. Toen Wij de berg (Sinaï) boven hen deden schudden alsof hij een losse bedekking was, dachten zij, dat deze op hen zou vallen; Wij zeiden: “Houdt u aan hetgeen Wij u hebben gegeven vast en gedenkt wat er in staat, opdat gij moogt worden behouden.”
172. En toen uw Heer van Adams kinderen een nageslacht uit hun lendenen voortbracht, en hen deed getuigen over henzelf: “Ben ik uw Heer niet?” antwoordden zij: “Ja, wij getuigen” zodat gij op de Dag der Opstanding niet zou zeggen: “Wij waren ons hiervan zeker niet bewust.”
173. Of gij zou zeggen: “Het waren alleen onze vaderen die afgoderij bedreven en wij waren een geslacht na hen. Wilt Gij ons dan vernietigen om hetgeen de leugenaars deden?”
174. En zo verklaren Wij de tekenen opdat zij zich mogen bekeren.
175. En vertel hun het verhaal van de man die Wij Onze tekenen gaven, maar hij wendde zich af, daarom volgde Satan hem en hij werd verleid.
176. En indien Wij wilden, konden Wij hem er door verheffen doch hij verkoos de aarde en volgde zijn begeerten, hij is als een hond: als gij hem achtervolgt laat deze zijn tong (uit de bek) hangen en indien gij hem met rust laat steekt hij ook zijn tong uit. Dit is het geval van de mensen, die Onze tekenen verloochenen. Vertel daarom deze gelijkenis opdat zij mogen nadenken.
177. Slecht is de toestand van een volk dat Onze tekenen verloochent, het handelt onjuist tegen zichzelf.
178. Wie Allah leidt is op het rechte pad. En wie Hij laat dwalen, zal tot de verliezers behoren.( al aaraaf 7/163-178)

5. En toen Mozes tegen zijn volk zei: “O mijn volk, waarom ergert gij mij, wetende dat ik Allah’s boodschapper voor u ben?” En toen zij afdwaalden deed Allah hun hart zich afwenden, want Allah leidt het opstandige volk niet.( as saff 61/5)

65. Gij hebt degenen onder u gekend, die inzake de Sabbath ( zaterdagverbod)  overtraden. Alzo zeiden Wij tot hen: “Wees verachte apen.”
66. Zo maakten Wij hen tot een voorbeeld voor hen die in die tijd leefden en voor degenen, die na hen kwamen en tot een les voor de god vrezenden.’( al baqarah 2/65-66)

163.( Mohammed ) En vraag hun omtrent de stad, die aan de zee lag. Toen zij de Sabbath ontheiligden verscheen vis op hun Sabbath aan de oppervlakte van het water, maar de dag waarop zij geen Sabbath hielden kwam zij niet tot hen. Zo beproefden Wij hen omdat zij overtreders waren.( al aaraaf 7/163)

124. De Sabbat was alleen aan degenen opgelegd, die daaromtrent van mening verschilden; en op de Dag der Opstanding zal uw Heer voorzeker onder hen rechten omtrent hetgeen waarover zij verschillen.( an nahl 16/124)

Het verdraaien en veranderen van de Tora

75. Verwacht gij, dat zij u zullen geloven, terwijl een aantal hunner het woord van Allah heeft vernomen en het verdraait, nadat zij het hebben begrepen, tegen beter weten in.’( al baqarah 2/75)
76. Wanneer zij de gelovigen ontmoeten zeggen zij: “Wij geloven” en wanneer zij onder elkander zijn zeggen zij: “Verhaalt gij hun, wat Allah u heeft geopenbaard, zodat zij daardoor met u kunnen redetwisten voor uw Heer.” Wilt gij dan niet begrijpen?
77. Begrijpen zij dan niet, dat Allah weet, wat zij verbergen en wat zij openbaar maken?
78. En sommigen hunner zijn onlezenden; zij weten niets van het Boek, maar hebben hun valse denkbeelden: zij vermoeden slechts.
79. Wee daarom degenen, die een boek met hun eigen handen schrijven en dan zeggen: “Dit is van Allah”, opdat zij er een onwaardige prijs voor kunnen nemen. Wee hun dan, voor hetgeen hun handen schrijven en wee hun voor hetgeen zij verdienen.

78. En voorzeker, onder hen zijn er, die hun tong verdraaien, terwijl zij het Boek voordragen, opdat gij het van het Boek mocht achten, hoewel het niet van het Boek is. En zij zeggen: “Dit is van Allah,” ofschoon het niet van Allah is en zij uiten een leugen tegen Allah, tegen beter weten in.( al imraan 3/78)
Vijandigheid tegenover de engel Gabriel
97. Zeg: “Al wie een vijand van Gabriël is” – want waarlijk, hij openbaarde het op Allah’s bevel aan uw ( Mohammed ) hart, vervullende datgene, wat voordien kwam, een leidraad zijnde en een blijheid voor de gelovigen.
98. “Al wie een vijand is van Allah en Zijn engelen en Zijn boodschappers en Gabriël en Michaël, waarlijk, Allah is een vijand van zulke ongelovigen.” ( al baqarah 2/97-98)

51. Hebt gij degenen niet waargenomen aan wie een gedeelte van het Boek was gegeven? Zij geloven in afgoden en duivelen en zeggen van de ongelovigen: “Dezen zijn beter geleid op het pad dan de gelovigen.”
52. Dezen zijn degenen die Allah heeft vervloekt en die Allah vervloekt voor hen zult gij geen helper vinden.
53. Hadden zij een aandeel in het koninkrijk dan zouden zij de mensen zelfs het geringste onthouden.
54. Of benijden zij de mensen om hetgeen Allah hun vanuit Zijn overvloed heeft gegeven? Waarlijk, Wij gaven aan de kinderen van Abraham het Boek en de Wijsheid en Wij gaven hun ook een groot koninkrijk.
55. En sommigen hunner geloofden er in en sommigen hunner weerhielden anderen er van te (geloven). De hel, met het laaiende vuur is toereikend (voor hen).( an nisaa 4/51-55)

61. Wanneer zij tot u komen, zeggen zij: “Wij geloven,” terwijl zij met ongeloof binnenkomen en er mee heengaan en Allah weet het beste, wat zij verbergen.
62. En gij ziet velen hunner zich haasten om zonde te bedrijven en overtreding en van verboden dingen te gebruiken. Het is inderdaad slecht, wat zij doen.
63. Waarom weerhouden hun priesters en schriftgeleerden hen niet van zondige woorden en het eten van verboden dingen? Het is inderdaad slecht wat zij doen.( al maidah 5/60-63)

91. En zij schatten de juiste waarde van Allah niet wanneer zij zeggen: “Allah heeft aan niemand iets geopenbaard.” Zeg: “Wie openbaarde het Boek dat Mozes bracht als licht en leiding voor de mensen – dat gij op papieren schrijft, en bekend maakt, terwijl gij toch veel verbergt en (waardoor) aan u is onderwezen, hetgeen gij noch uw vaderen wisten?” – Zeg: “Allah”. Laat hen dan met rust om zich met hun ledig spel te vermaken.’
92. En dit Boek ( Koran )vol zegeningen, hebben Wij geopenbaard, vervullende, hetgeen er aan voorafging, opdat gij de moeder der steden (Mekka) en wat er omheen is zult waarschuwen. En degenen die in het Hiernamaals geloven, geloven er in en zij waken over hun gebed.
93. En wie is onrechtvaardiger dan hij die een leugen over Allah uitdenkt of zegt: “Het is mij geopenbaard,” terwijl hem niets is geopenbaard en die zegt: “Ik zal iets nederzenden dat gelijk is aan hetgeen Allah heeft neder gezonden?” O, konden gij het waarnemen, wanneer de onrechtvaardigen in doodsstrijd zijn en de engelen hun handen uitstrekken, (zeggende): “Geeft uw zielen op. Deze dag zal u de straf der schande worden toegekend, voor hetgeen gij ten onrechte tegen Allah zei en omdat gij u hoogmoedig van Zijn tekenen afwendden. ( al an aam 6/91-93)

5. Degenen die belast zijn met de Torah en deze niet naleven, zijn als een ezel die boeken dragen. Slecht is de staat van het volk dat de tekenen van Allah verwerpt. En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.
6. Zeg: “O gij Joden als gij denkt dat gij met uitsluiting van andere mensen de vrienden van Allah zijt, wenst dan de dood als gij de waarheid spreekt.”
7. Maar zij zullen deze nooit wensen vanwege hetgeen hun handen hebben uitgevoerd. En Allah kent de onrechtvaardigen goed.( Al-Djomo’ah)

*Sabbath= zaterdagverbod

Allah is Almachtig, Alles horend en Alles ziend. Hij is Alleswetend.