Sterfte van Jezus

Sterfte van Jezus

Kwestie sterfte van Jezus ( vrede zij met hem )

De woorden van Allah, de betrouwbare bron Koran vermeld;
157. En om hun zeggen( de Joden): “Wij hebben de Messias, Jezus, zoon van Maria, de boodschapper van Allah gedood”, – maar zij doodden hem niet, noch kruisigden zij hem (ten dode), – doch de gedode was nabootsing van Jezus die ze zagen, en zij, die hierover van mening verschilden zijn zeker in twijfel, zij hebben er geen kennis van doch volgen slechts een vermoeden en zij doodden hem gewis niet”( an nisa 4/157)

Waarom wilden de toenmalige Israëlieten (Joden)  Jezus doden?

De toenmalige Joden leidden hoe dan ook een leven onder gezag van de Romeinen.

De joodse religieuze leiders waren min of meer geïntegreerd in de toenmalige samenleving, dat ze neerbogen voor de autoriteiten van de Romeinen. Zolang de Joden geen opstand deden en alle belastingen betalen en verplichtingen nakwamen was voor Romeinen geen aanleiding om ze te vervolgen.
Tussentijds was de meeste delen van Tora allang veranderd en verdraaid, waarbij door deze verdraaiing sommige religieuze leiders zelfs baat hadden onder gezag van de Romeinen te behoren. Zo konden ze het volk uitbuiten, rentenieren enzovoort, als het volk maar zijn mond dicht deed, was voldoende voor deze religieuze leiders en de Romeinen.
Vooral  priesterklasse van de Israëlieten in de tijd van Jezus, konden goed omgaan met de Romeinen en wilden hun positie onder Romeins gezag graag behouden. Dit betekent dat de priesterklasse ( Saduceeën ) meeste invloed hadden en uitoefenden in de Sanhedrin ( strafrecht in de Talmoed).

Echter hier kwam een verandering in; Jezus openbaarde de foute en onfatsoenlijke handelingen van de religieuze leiders/ priesters. De Israëlieten vonden dat Jezus geen  goede dingen over hun sprak en volgens de Israëlieten was Jezus dus een onrust zaaier en iemand die godslasterlijke woorden uitsprak.
Jezus was terecht boos op de Israëlieten omdat ze de wetten van de oorspronkelijke Tora niet naleefden en dat ze het verdraaid hadden. Volgens de bronnen zo boos dat Jezus op een dag het hele tempelplein overhoop gooide, dit zorgde  ook voor  het nodige kwaad onder de Israëlieten.

Om deze  redenen zijn ook volgelingen van Jezus (o.a. Stefanus en Jakobus) in eerste instantie door het joodse gezag als gevolg hiervan door de Romeinen vervolgd, net als Jezus.
Want de  brief  van Jacobus ‘De Jakobusbrief’ brief ‘genoemd, werd vaak bekritiseerd of verworpen vanwege de daarin voorkomende nadruk op werkheiligheid: “het geloof dat men door eigen werken en verdienste gered kan worden”.
Jacobusbrief werd door Maarten Luther dan ook ‘strooien brief’ genoemd.
Met Werkgelegenheid bedoelde Jacobus, dat iedereen afhankelijk is wat hij doet of zegt. Met andere woorden, elk individu is verantwoordelijk voor zijn eigen daden, goed of slecht dit maakt niet uit. Dit spreekt Paulus absoluut tegen. Hij zegt dat Jezus gestorven is om de zonden van de mensen op zich te nemen en nog veel van deze opmerkelijke uitspraken van Paulus is te vinden in diverse evangeliën maar met name in de brieven die hij schreef.
Echter, Discipeel Jacobus had gelijk, want dit komt ook in overeen wat ook in de Koran staat vermeld; “15. Degene die de rechte weg volgt, volgt deze slechts voor zijn eigen heil en hij die dwaalt, dwaalt alleen tegen zichzelf. En geen lastdrager zal de last dragen van een ander….’” ( Al israa 17/15).
Ook Johannes de doper ( in de Koran profeet Jahja de zoon van Sacharias ) werd onder de menigte ook op een gruwelijke manier gedood en de Israëlieten ( zijn familie) keken toe. Dus op het moment dat Jezus de nieuws verkondigde, was profeet Jahja ook de oorspronkelijke wet van Tora ( de geboden en verboden van Allah ) aan het verkondigen.
Uiteindelijk door de samenwerking tussen de priesters ( Sanhedrin ) en de Romeinse gezag zorgde ervoor dat Jezus vervolgd  en gekruisigd kon worden.

Evangelie van Matteus kwestie  priesterklasse in de tijd van Jezus;
Matteus 23;

“1 Daarna richtte Jezus zich tot de menigte en tot zijn leerlingen
2 en zei: ‘De schriftgeleerden en de farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes.
3 Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden.
4 Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten.
5 Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun gebedsriemen en maken de kwastjes aan hun kleren langer,
6 ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in synagogen,
7 en hechten eraan op het marktplein eerbiedig te worden begroet en door de mensen rabbi te worden genoemd.
8 Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters.
9 En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. 10 Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias.
11 De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.
12 Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.
13 Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe. 14
15 Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie bereizen landen en zeeën om één enkele proseliet te winnen, en wanneer je hem eenmaal voor je gewonnen hebt, wordt hij dankzij jullie tot een hellekind in het kwadraat.
16 Wee jullie, blinde leiders, jullie zeggen: “Wanneer iemand zweert bij de tempel, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij het goud van de tempel, is aan die eed gebonden.”
17 Dwaas zijn jullie en blind, wat is nu van meer waarde: het goud of de tempel die het goud geheiligd heeft?
18 Zo zeggen jullie ook: “Wanneer iemand zweert bij het altaar, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij de offergave die daarop ligt, is aan die eed gebonden.”
19 Blind zijn jullie, wat is nu van meer waarde: de offergave of het altaar dat de offergave heiligt? 20 Wie dus zweert bij het altaar, zweert daarbij en bij alles wat daarop ligt.
21 En wie zweert bij de tempel, zweert daarbij en bij degene die hem bewoont.
22 En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij hem die daarop gezeten is.
23 Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie geven tienden van munt, dille en komijn, maar veronachtzamen wat in de wet zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw, terwijl men het een zou moeten doen zonder het andere te laten.
24 Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken.
25 Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, de buitenkant van bekers en schalen spoelen jullie af, maar de binnenkant blijft vol roofzucht en onmatigheid. 26 Blinde farizeeër, spoel eerst de binnenkant van de beker om, dan wordt de buitenkant vanzelf ook schoon.
27 Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden.
28 Zo lijken ook jullie voor de mensen uiterlijk op rechtvaardigen, terwijl jullie innerlijk vol huichelarij en wetsverachting zijn.
29 Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten en versieren de graven van de rechtvaardigen,
30 en jullie zeggen: “Als wij geleefd hadden in de tijd van onze voorouders, zouden wij ons niet zoals zij schuldig hebben gemaakt aan de moord op de profeten.”
31 Daarmee erkennen jullie zelf dat jullie kinderen zijn van hen die de profeten vermoord hebben.
32 Maak de maat van jullie voorouders dan maar vol!
33 Slangen zijn jullie, addergebroed, hoe denken jullie te kunnen ontkomen aan een veroordeling tot de Gehenna?
34 Dat is de reden waarom ik profeten en wijzen en schriftgeleerden naar jullie zal sturen. Jullie zullen sommigen van hen doden, kruisigen zelfs, en anderen in jullie synagogen geselen en van stad tot stad vervolgen.
35 Al het onschuldige bloed dat op aarde is vergoten zal jullie worden aangerekend, vanaf het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zecharja, de zoon van Berechja, die jullie vermoord hebben tussen het heiligdom en het brandofferaltaar. 36 Ik verzeker jullie: op deze generatie zal dit alles neerkomen.
37 Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar jullie hebben het niet gewild. 38 Jullie stad wordt eenzaam aan haar lot overgelaten.
39 Ik verzeker jullie: vanaf nu zullen jullie mij niet meer zien, tot de tijd dat je zult zeggen: “Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!”’

Vrede zij met hem en zijn oprechte discipelen, Amen!
*****

Almachtige Allah heeft zijn profeet gered van de kruisiging en in plaats van hem heeft Allah iemand op Jezus doen lijken en is hij in werkelijkheid gekruisigd, en dus absoluut niet Profeet Jezus.
Want Allah is Machtig, voor Hem is niets moeilijk, Hij is de Heerser en Heer der werelden. Hij heeft de mens van niets geschapen, Als Hij zegt ‘wees’ en het word.
Zo is het ook gegaan bij nabootsing van Jezus op dat ‘iemand’, Hij zei wees en iemand ( Judas Iskariot)  werd opgehangen omdat de mensen hem aanzagen als Jezus want hij leek op Jezus.
Volgens de bronnen was  de zogenaamde apostel Judas Iskariot die Jezus had verraden .

Volgens de Koran, de woorden van Almachtige God Allah, is het zeker dat Jezus niet opgehangen is,  in dit geval is het ook niet belangrijk of Judas was of niet, want dit doet er verder niet toe.
Het belangrijkste is dat Jezus absoluut niet gekruisigd is want Allah vermeld dit, onze Heer en Schepper.

Als we de briefen van apostel Jacobus (half broer van Jezus )lezen, zien we geen enkel teksten betreffende kruisiging, terwijl hij dichts bij Jezus was.

De kruisiging en de dood van Jezus is alleen terug te vinden in de brieven van Paulus ( Saul) aan de Galaten terwijl deze persoon absoluut geen apostel is en Jezus ook niet gekend heeft.
Ook de kwestie over drie dagen na de dood opgestaan is  wordt absoluut niet genoemd in de brieven van Jacobus.
Als de kruisiging plaats had gevonden had Jacobus dit moeten zien en aangezien dit een belangrijk kwestie is had hij het ook moeten melden, maar wordt geen enkel mededeling over deze kwestie gedaan. Waarom niet? Of wist Jacobus dat Jezus niet opgehangen was maar dat Judas het was?
Alleen in diverse evangeliën wordt dit situatie gemeld, in Matta Marcus Johanna en Lucas.
Hebben zij het dan wel gezien? Terwijl de evangeliën in een later stadium zijn geschreven lijkt me dit onwaarschijnlijk.

Ook zijn er tegenstrijdige uitspraken tussen de evangeliën betreffende tijd van overlevering en de kruisiging van Jezus aan de Romeinse soldaten. In Werkelijke Gods woorden zijn absoluut geen tegenstrijdigheden te vinden.
Het feit is, dat alle mensen dood zullen gaan inclusief de profeten. Er zal alleen uit de dood opgestaan worden in de Hiernamaals ter verantwoording nadat de wereld vergaan is. Ook de Profeten zullen verantwoording afleggen.

Allah zal zijn uitspraak in de hiernamaals doen. Niemand weet het beste, Allah is alles beter wetende.

Allah is Barmhartig en Genadevol.